“Werk met je hart”

Pedagogisch Medewerker Lianne:

“Ik hoef niet van de daken te schreeuwen dat ik resultaatgericht ben en dat ik blij ben als het financieel goed gaat; dat zie je terug in het succes dat we met elkaar behalen.”

Je bent de enige mannelijke Manager Kinderopvang bij Doomijn, hoe is dat?                                                               “Ik ga uit van de kwaliteiten die iemand heeft, en of dat nou een man of vrouw is, dat maakt mij niet uit. Ik ben wel van mening dat wanneer je een mix hebt van mannen en vrouwen er een andere dynamiek is. Ik merk dat niet zozeer onder de managers maar wel op de werkvloer. Het is jammer dat er zo weinig mannelijke pedagogisch medewerkers zijn; ook dat is belangrijk voor de ontwikkeling van het kind. Mannen stoeien wat vaker met de kinderen en kijken op een andere manier naar bepaalde zaken. Dat hoor ik ook van mijn medewerkers; ze zouden er graag een mannelijke collega bij willen.”

Waar ben je trots op?
‘“De kinderopvang is een hele belangrijke speler in de ontwikkeling van het kind. Dat kan en mag niemand onderschatten. Bij Doomijn doen we er zoveel aan om de beste plek voor het kind te bieden, daar ben ik echt trots op.”

Je bent een vernieuwer; welke verandering streef jij na?
“De kinderopvang is heel belangrijk in de ontwikkeling van het kind en in de doorgaande lijn naar school. Toch merk ik dat sommige ouders de buitenschoolse opvang nog zien als een veredelde oppas, dat vind ik jammer. De kinderopvang mag zich sterker in de markt zetten en zich meer profileren binnen scholen. Daar valt echt nog wat te winnen.”


Je hebt meerdere locaties, hoe zorg je ervoor dat je overal zichtbaar bent?
“Zichtbaar zijn is niet alleen letterlijk aanwezig zijn, maar ook aandacht hebben voor je medewerkers. Laten zien dat ik er voor ze ben. Door te vragen hoe iets is gegaan of stil te staan bij verjaardagen. Het zit ‘m vaak in de kleine dingen. Daarom geloof ik ook zo in de identiteit van Doomijn. We beloven kinderen, ouders en medewerkers: ik zie je. Daar kan ik als manager op mijn eigen manier invulling aan geven.”

Wat typeert jou nog meer als manager?
“Ik wil altijd vooruit, dat we het elke dag nóg een stapje beter doen. Samen, met elkaar. Ik geef mijn medewerkers de ruimte om te leren. Daar hoort fouten maken bij, dat is helemaal niet erg. Verder ben ik resultaatgericht en een vernieuwer. De afgelopen twee jaar heeft Doomijn een grote professionaliseringsslag gemaakt. De programma’s waar we mee werken en op welke manieren we invulling geven aan onze identiteit; dat vind ik echt bewonderingswaardig.”

Mijn kinderen zeggen altijd: ‘Pap, ga je weer luiers verschonen vandaag?’

Wat sprak je aan in de kinderopvang? 
“Dat ik onderdeel mag uitmaken van de ontwikkeling van het kind, dat leek mij zo mooi. Ik kom dan wel uit het bankwezen, maar ik heb diverse sportopleidingen gedaan en wilde altijd kinderpsychiatrie doen. Uiteindelijk ben ik dat niet gaan doen, omdat ik niet direct bezig wilde zijn met de problemen van kinderen. Toen ik twee jaar geleden op zoek ging naar een nieuwe baan, zocht ik toch weer in de hoek van het onderwijs en de kinderopvang. Alsof het zo had moeten zijn, kreeg ik deze vacature van meerdere kanten toegestuurd. De kinderopvang is dan wel nieuw voor mij – op mijn eigen ervaringen als vader na – maar leidinggeven niet. Ik solliciteerde en er was direct een klik. Doomijn is een warme organisatie, precies wat ik verwachtte.”

Hoe heb je je weg gevonden hier?
“Door heel veel vragen te stellen. Hoe het zit met het leidster-kindratio, met welke partijen we te maken hebben en hoe ik een locatie goed in de markt zet. Als ik iets niet wist, dan zocht ik het uit; je kunt beter een goed antwoord krijgen en daar iets langer op moeten wachten. Daarnaast zorg ik ervoor dat ik veel op de werkvloer te vinden ben. Dan voel ik wat er speelt en zie ik wat er gebeurt. Dat is zo waardevol.”

Na jarenlang gewerkt te hebben in de financiële sector, gooide Martin van Ommen (44) het roer twee jaar geleden volledig om: van cijfers en financiële vraagstukken naar luiers en termen als ‘leidster-kindratio’. Tegenwoordig geeft hij als Manager Kinderopvang sturing aan meerdere kinderopvanglocaties in Apeldoorn. Naast manager is Martin partner, vader én fanatiek zweefvlieger.

Zweefvliegen, dat is niet echt een gebruikelijke hobby.
“Ik weet niet beter, een familiedingetje. Op mijn 14e vloog ik zelfstandig een zweefvliegtuig; nog eerder dan ik een brommer mocht rijden. Het gevecht met de natuur, de vrijheid die het mij geeft: daar word ik echt heel blij van.”

Je houdt dus wel van een uitdaging. Zie je dat ook terug in je werk?
“Absoluut. Ik heb nog nooit zo’n pittige baan gehad. De verantwoordelijkheid, dynamiek en regelgeving maken het heel uitdagend. Tegelijkertijd is het een heel dankbaar beroep. Als ik ’s ochtends een locatie binnenstap rennen de kinderen op mij af en roepen ze mijn naam. Zo’n start van de dag gun ik iedereen.”

in de kinderopvang

Als manager leidinggeven

Mijn kinderen zeggen altijd: ‘Pap, ga je weer luiers verschonen vandaag?’

Pedagogisch Medewerker Lianne:

“Werk met je hart”

Je bent de enige mannelijke Manager Kinderopvang bij Doomijn, hoe is dat?   “Ik ga uit van de kwaliteiten die iemand heeft, en of dat nou een man of vrouw is, dat maakt mij niet uit. Ik ben wel van mening dat wanneer je een mix hebt van mannen en vrouwen er een andere dynamiek is. Ik merk dat niet zozeer onder de managers maar wel op de werkvloer. Het is jammer dat er zo weinig mannelijke pedagogisch medewerkers zijn; ook dat is belangrijk voor de ontwikkeling van het kind. Mannen stoeien wat vaker met de kinderen en kijken op een andere manier naar bepaalde zaken. Dat hoor ik ook van mijn medewerkers; ze zouden er graag een mannelijke collega bij willen.”

Waar ben je trots op?
‘“De kinderopvang is een hele belangrijke speler in de ontwikkeling van het kind. Dat kan en mag niemand onderschatten. Bij Doomijn doen we er zoveel aan om de beste plek voor het kind te bieden, daar ben ik echt trots op.”

Je bent een vernieuwer; welke verandering streef jij na?
“De kinderopvang is heel belangrijk in de ontwikkeling van het kind en in de doorgaande lijn naar school. Toch merk ik dat sommige ouders de buitenschoolse opvang nog zien als een veredelde oppas, dat vind ik jammer. De kinderopvang mag zich sterker in de markt zetten en zich meer profileren binnen scholen. Daar valt echt nog wat te winnen.”


“Ik hoef niet van de daken te schreeuwen dat ik resultaatgericht ben en dat ik blij ben als het financieel goed gaat; dat zie je terug in het succes dat we met elkaar behalen.”

Je hebt meerdere locaties, hoe zorg je ervoor dat je overal zichtbaar bent?
“Zichtbaar zijn is niet alleen letterlijk aanwezig zijn, maar ook aandacht hebben voor je medewerkers. Laten zien dat ik er voor ze ben. Door te vragen hoe iets is gegaan of stil te staan bij verjaardagen. Het zit ‘m vaak in de kleine dingen. Daarom geloof ik ook zo in de identiteit van Doomijn. We beloven kinderen, ouders en medewerkers: ik zie je. Daar kan ik als manager op mijn eigen manier invulling aan geven.”

Wat typeert jou nog meer als manager?
“Ik wil altijd vooruit, dat we het elke dag nóg een stapje beter doen. Samen, met elkaar. Ik geef mijn medewerkers de ruimte om te leren. Daar hoort fouten maken bij, dat is helemaal niet erg. Verder ben ik resultaatgericht en een vernieuwer. De afgelopen twee jaar heeft Doomijn een grote professionaliseringsslag gemaakt. De programma’s waar we mee werken en op welke manieren we invulling geven aan onze identiteit; dat vind ik echt bewonderingswaardig.”

Wat sprak je aan in de kinderopvang? 
“Dat ik onderdeel mag uitmaken van de ontwikkeling van het kind, dat leek mij zo mooi. Ik kom dan wel uit het bankwezen, maar ik heb diverse sportopleidingen gedaan en wilde altijd kinderpsychiatrie doen. Uiteindelijk ben ik dat niet gaan doen, omdat ik niet direct bezig wilde zijn met de problemen van kinderen. Toen ik twee jaar geleden op zoek ging naar een nieuwe baan, zocht ik toch weer in de hoek van het onderwijs en de kinderopvang. Alsof het zo had moeten zijn, kreeg ik deze vacature van meerdere kanten toegestuurd. De kinderopvang is dan wel nieuw voor mij – op mijn eigen ervaringen als vader na – maar leidinggeven niet. Ik solliciteerde en er was direct een klik. Doomijn is een warme organisatie, precies wat ik verwachtte.”

Hoe heb je je weg gevonden hier?
“Door heel veel vragen te stellen. Hoe het zit met het leidster-kindratio, met welke partijen we te maken hebben en hoe ik een locatie goed in de markt zet. Als ik iets niet wist, dan zocht ik het uit; je kunt beter een goed antwoord krijgen en daar iets langer op moeten wachten. Daarnaast zorg ik ervoor dat ik veel op de werkvloer te vinden ben. Dan voel ik wat er speelt en zie ik wat er gebeurt. Dat is zo waardevol.”

Na jarenlang gewerkt te hebben in de financiële sector, gooide Martin van Ommen (44) het roer twee jaar geleden volledig om: van cijfers en financiële vraagstukken naar luiers en termen als ‘leidster-kindratio’. Tegenwoordig geeft hij als Manager Kinderopvang sturing aan meerdere kinderopvanglocaties in Apeldoorn. Naast manager is Martin partner, vader én fanatiek zweefvlieger.

Zweefvliegen, dat is niet echt een gebruikelijke hobby.
“Ik weet niet beter, een familiedingetje. Op mijn 14e vloog ik zelfstandig een zweefvliegtuig; nog eerder dan ik een brommer mocht rijden. Het gevecht met de natuur, de vrijheid die het mij geeft: daar word ik echt heel blij van.”

Je houdt dus wel van een uitdaging. Zie je dat ook terug in je werk?
“Absoluut. Ik heb nog nooit zo’n pittige baan gehad. De verantwoordelijkheid, dynamiek en regelgeving maken het heel uitdagend. Tegelijkertijd is het een heel dankbaar beroep. Als ik ’s ochtends een locatie binnenstap rennen de kinderen op mij af en roepen ze mijn naam. Zo’n start van de dag gun ik iedereen.”

in de kinderopvang

Als manager leidinggeven